Mooi stuk over het NOV museum in de Jouster Courant deze week

Op bezoek bij Nationaal OV museum
Voor de zomerserie zijn we op beozek bij het 23 jaar geleden opgerichte Nationaal Openbaar Vervoermuseum in Ouwsterhaule, een dorp van 358 inwoners, onder de rook van Joure.
Ouwsterhaule Om er met het openbaar vervoer te komen is overigens nogal een onderneming. Vanuit Joure is er geen rechtstreekse buslijn naar het dorpje dat 5 kilometer verderop ligt. Wie met de bus wil komen, komt het dichtstbij door lijn 48 van Qbuzz tussen Heerenveen en Lemmer te pakken.
„En dan in Rotsterhaule uitstappen”, zegt Janny Oudhuis uit Joure, secretaris en reisleider van het museum. „Maar dan moet je nog wel 2 kilometer lopen vanaf de halte in Rotsterhaule.” Een andere mogelijkheid is om in Joure op de belbus te stappen, maar dan moet je die bus wel meer dan een uur van tevoren regelen.
„Dat is best wel een gedoe”, vindt ook Oudhuis. „Als het echt moeilijk wordt voor mensen die geen auto hebben, dan halen we ze desnoods uit Joure”, geeft Oudhuis de service van het museum aan. Bij het museum staan historische bussen genoeg, maar die worden daar beslist niet voor ingezet. Die zijn voor bijzondere ritten en tours, die te boeken zijn.
Kortom, het Nationaal Openbaar Vervoermuseum is het beste te bereiken met de auto. En dus stap ik toch maar in de auto. Bij Joure vanuit de richting Sneek, de afslag bij de Woudfennen nemen en dan onder Joure langs rechtdoor, onder de A6 door, over een landelijk weggetje door lommerrijk groen. Aan het einde van de weg rechtsaf en dan tegenover de kerk in Ouwsterhaule draai je het terrein van het Nationaal Museum op, dat met een bord aan de weg aangegeven wordt.
Het museum loop je zo binnen. Er is ook geen entreegeld. Janny schrikt als ik ineens voor haar sta. „Ik had je niet horen aankomen. Normaal gesproken piept de deur”, verontschuldigt ze. De rijke wereld van het openbaar vervoer, openbaart zich, na de restauratie met een keur aan informatie over Nederlandse veerdiensten, bus-, trein- en metrovervoer en een mooie Nederlandse modelspoorbaan.
Janny is de geknipte reisgids vandaag vanwege haar jarenlange ervaring als buschauffeur. Ze was in de jaren 90 een van de eerste buschauffeuses bij de Friese Autobus Maatschappij, de FRAM. De eerste vrouw kwam rond 1987. „Dat was een prachtige tijd”, blikt ze terug op 11 jaar op de bus. Vanuit standplaats Heerenveen reed ze alle routes van Assen, Lelystad, Meppel tot de Kop van de Afsluitdijk.
Waarom het zo lang duurde voordat vrouwen het stuur op de bus overnamen? „Het was zwaar werk, maar toen de bussen stuurbekrachtiging kregen, konden vrouwen het werk ook doen. Al komt het nog steeds op de schouders aan.”
Gebrandschilderde ramen
Janny, opgegroeid in Sondel, wijst als eerste op de vijf enorme glas-in-loodramen in het museum. Op het eerste oog hebben ze niets met het openbaar vervoer te maken, maar de gebrandschilderde ramen komen uit het oud hoofdkantoor van busmaatschappij De Zuidwesthoek in Balk. Ze kwamen na sluiting in een kelder terecht, maar kregen een plekje in het nieuwe gemeentehuis van de gemeente Gaasterlân-Sleat in Balk. De Fryske Marren had er geen plek voor, maar wilden ze niet terug naar de kelder.
Vervolgens werden ze aan het museum in bruikleen gegeven om dit stukje ZWH-geschiedenis te blijven tonen. Op de ramen staan alle wapens van de oude gemeenten waar de busmaatschappij reed. Langs de vele vitrines met schaalmodellen van bussen, wijst Janny op haar lieveling: de oude gele FRAM-bus, voor de liefhebbers een Leyland Lob, het schakelen ging semiautomatisch met gas.
Ook aan diens vervanger de Mercedes heeft ze mooie herinneringen, die ze ook graag deelt met Hennie en Corrie de Keizer uit Lelystad die in het museum rondstappen.
Hennie is 70 jaar en heeft zijn hele leven op de bus gezeten. Hij rijdt nu nog twee dagen voor vervoersmaatschappij EBS in Lelystad. „We zitten in een huisje in Rohel en Corrie zag dat hier dit museum was. Daar moesten we heen natuurlijk.” Als Janny dat hoort, polst ze hem meteen om vrijwilliger te worden. Voor het rijden met historische bussen zijn vrijwilligers zeer welkom.
Geur van olie en diesel
Hennie lacht een beetje. „Ik woon wel ver weg”, zegt hij. „We hebben vrijwilligers uit Den Haag”, pareert Janny. Even later als Janny ons meeneemt naar de remise waar de geur van olie en diesel helemaal past bij de oude bussen, begint het hart van Hennie wel wat harder te kloppen als hij om de Maarse en Kroon uit 1966 stapt. „Die reed altijd tussen Alkmaar en Schiphol”, weet hij te vertellen.
De buschauffeurs vertellen dat het in de kantines vaak over de techniek in de bussen ging en de tekortkomingen van het materiaal. „Altijd was er wat te klagen, maar uiteindelijk konden we niet zonder. Dat hoort gewoon bij ons werk”, vindt Hennie en Janny beaamt dat graag.
In de remise staat ook een tramstel uit Amsterdam uit 1948 en op het terrein voor de remise is pas een kop van metrostel uit Rotterdam geplaatst. „Het is een simulator”, zegt Janny. „We willen kijken of we daar iets leuks van kunnen maken voor de jeugd.” Ook de kop van een Utrechtse tram siert het terrein. De remise is iedere woensdag het domein van een team van vrijwillige sleutelaars die de historische voertuigen onderhouden.
Terug bij de collecties in het museum wijst Janny op de bijzondere houten stoelen uit de directiekamer van de Leeuwarder Autobus, LAB. „Een particulier heeft ze destijds gered en aan ons museum geschonken. Een uniek stel, maar ze zitten voor geen meter.”
Fyra-uniform
Het museum is ook niet compleet zonder alle uniformen en herkenbare petten van de vervoersbedrijven. Janny wijst op een bijzonder uniform dat nooit gedragen is, namelijk dat van de geflopte Fyra, hogesnelheidstrein. „Maar wij hebben het wel”, glundert ze. Het museum heeft daarnaast een enorme bibliotheek met studiezaal.
Omdat er bijna dagelijks boeken binnen komen wordt 19 september een boekenmarkt gehouden. Verzamelaars kunnen er hun slag slaan voor unieke naslagwerken en natuurlijk een rondje maken langs de enorme collectie. De opbrengst is voor het museum.
In het Nationaal Openbaar Vervoermuseum kom je ogen tekort en komen geheid sentimenten boven, of je nu oud of jong bent. Via de restauratie stap ik langs de bushalte waar geen lijnbus stopt naar de auto.
Cees Walinga